ESG-transparantie onvoldoende voor werkelijke verandering
In het kort
- De ESG-maatstaf bundelt ongelijksoortige problemen in één beleidskader.
- Bedrijven reageren op ESG-druk met de gevraagde processen, zonder dat die leiden tot de beoogde uitkomsten.
- Effectief verduurzamingsbeleid vereist prijscorrectie, regulering en aansprakelijkheid in plaats van investeerdersvoorkeur.
Twintig jaar geleden ontstond ESG als raamwerk waarmee bedrijven hun prestaties op het gebied van milieu (Environmental), sociale omstandigheden (Social) en goed bestuur (Governance) konden meten en rapporteren. Sinds 2006 hebben vermogensbeheerders met gezamenlijk meer dan 120 biljoen dollar aan beheerd vermogen zich via de Principles for Responsible Investment van de Verenigde Naties vrijwillig verbonden aan die ESG-principes, met een intentieverklaring hun vermogen te beleggen in bedrijven die goed scoren op ESG-maatstaven (PRI, 2024). De aanname was dat transparantie tot verandering leidt: bedrijven rapporteren, ratingbureaus geven scores, beleggers alloceren kapitaal bij bedrijven met hoge ESG-ratings, en bedrijven passen hun gedrag aan zodat ze een hogere ESG-rating krijgen en meer kapitaal aantrekken (Boffo en Patalano, 2020).
De aanname dat transparantie leidt tot verandering houdt echter geen stand. Twee decennia rapportage heeft geen aantoonbaar verband opgeleverd tussen ESG-rapportage en verbetering van de milieu- en sociale uitkomsten: bedrijven reageren op ESG-druk met betere rapportages, niet met aantoonbaar betere prestaties (Loko en Schiehll, 2025). Bromley en Powell (2012) beschrijven hoe organisaties die aan institutionele druk worden blootgesteld vaak een structurele ontkoppeling ontwikkelen tussen middelen en doelen: ze adopteren de gevraagde processen (beleid, rapportages, functionarissen) zonder dat die leiden tot de beoogde uitkomsten.
[....]